Op maandag 9 februari 2026 sprak Klaas Knot de tweede Mathieu Segers Lezing uit in perscentrum Nieuwspoort. Hieronder leest u de volledige tekst. Of kijk de hele avond terug met o.a. Tamar de Waal en Lotfi El Hamidi.

Beste familie en vrienden van Mathieu, geachte aanwezigen,

Mathieu is niet meer onder ons, maar zijn erfenis is groot. Niet alleen door de herinnering aan wie hij was, de Mathieu over wie Marèl zojuist zo ontroerend sprak. Niet alleen vanwege het uitmuntende werk dat hij ons naliet en dat ons tot op de dag van vandaag beïnvloedt. Maar ook door het geweldige idee van deze lezingencyclus. Het is alsof hij ons, een land dat van oudsher soms toch een beetje met zijn rug naar Europa staat gekeerd, dwingt om ons om te draaien. En het over Europa te hebben. Want we moeten het over Europa hebben. De wereld van vandaag dwingt ons daartoe.

Iedereen die een beetje het nieuws volgt begrijpt wat ik bedoel. De naoorlogse wereldorde, gebaseerd op regels, recht en vrijhandel, is in hoog tempo aan het verdwijnen. Die maakt plaats voor een wereld waarin grootmachten geen middel lijken te schuwen om hun zin te krijgen. De economische integratie van de afgelopen decennia wordt nu als wapen ingezet. De snelheid van de veranderingen beneemt ons bijna de adem.

In een wereld waarin de ene na de andere zekerheid wegvalt hebben we behoefte aan een veilig thuis. Europa is ons thuis. Maar er moet wel wat gebeuren aan dat huis, willen we de storm kunnen doorstaan. 

En daar moeten we het dus over hebben. Daarom ben ik blij en vereerd vanavond de tweede Mathieu Segers lezing te mogen geven. Een eer die ik des te sterker voel omdat ik geen organisatie meer vertegenwoordig, maar hier als privépersoon spreek.

Hoewel Mathieu en ik elkaar niet echt goed kenden – we hebben elkaar een paar keer ontmoet - heeft hij me wel degelijk beïnvloed. Ik volgde zijn columns in het FD, en die vond ik dermate interessant dat ik ook zijn boeken ben gaan lezen. Daardoor heb ik veel meer oog gekregen voor het revolutionaire en uitzonderlijke karakter van de Europese integratie. Mathieu laat in zijn boeken zien dat de Europese integratie geen natuurlijk en voorbestemd proces was: nee, het had heel anders kunnen lopen. Sterker nog: het feit dat een groep uitgeputte en kapotgeschoten landen, die elkaar enkele jaren eerder nog naar het leven stonden, besloten om de soevereiniteit over hun oorlogsindustrieën over te dragen aan een hogere Europese autoriteit, grenst eigenlijk aan het ongelooflijke.

Mathieu’s boeken hebben ook mijn ogen geopend voor de ingewikkelde houding van Nederland ten opzichte van Europa. Hij beschrijft Nederland ergens als een soort eiland, dat altijd georiënteerd geweest was op de zee en de landen voorbij die zee: Engeland, Amerika, en natuurlijk de koloniën. Het hele idee dat de toekomst van Nederland op het Europese continent zou liggen was in die naoorlogse jaren volstrekt nieuw. Die halfslachtige houding ten opzichte van Europa zien we in ons land vandaag de dag soms nog steeds terug. 

Mathieu was historicus, ik ben een econoom. In het geval van Europa sluiten die twee disciplines heel mooi op elkaar aan. Want hoewel het doel van de Europese integratie vooral een politieke was – nooit meer oorlog -, was het middel vaak economisch van aard. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de EEG, de interne markt, de Economische en Monetaire Unie. De politiek ging schuil achter de economie, maar was nooit ver weg.

Als president van De Nederlandsche Bank stond ik 14 jaar lang met één been in Nederland, en het andere in Europa. Hoewel mijn standplaats Amsterdam was, reisde ik één keer in de twee weken naar Frankfurt, om mijn collega-bestuursleden van de Europese Centrale Bank te ontmoeten. Daar, op bovenste verdieping van het ECB-gebouw, gelegen aan de Main, bespraken we de stand van de Europese economie, de inflatie, en wat dat betekende voor het rentebeleid van de ECB. Hoewel we uit verschillende landen kwamen, vertegenwoordigden we die nadrukkelijk niet. Ons perspectief was en is volledig Europees. Echt, veel Europeser dan daar in Frankfurt kun je het niet krijgen.

Misschien komt het doordat ik zo vaak in die toren heb gebivakkeerd, dat ik me soms een beetje verbaas over het debat dat we hier in Nederland over Europa voeren. Of beter gezegd: niet voeren. En dat er nog steeds zoveel mensen zijn in de Nederlandse politiek die geloven dat we misschien wel beter af zijn met minder Europese samenwerking. En daar wil ik het ook met u over hebben. 

En mijn verhaal zal daarbij, dat verwachtte u ongetwijfeld al, vooral een economische invalshoek hebben. Maar: economie gaat over mensen. De economie is een middel. Een middel om de zaken te behouden die we werkelijk belangrijk vinden: welzijn, vrijheid, democratie, rechtvaardigheid. Veel van die dingen zijn onbetaalbaar, maar zoals we zullen zien: een sterke economie helpt wel.

In de 14 jaar dat ik President was van DNB heb ik het economische debat over Europa flink zien veranderen. Mijn eerste jaren stonden in het teken van de eurocrisis. Kunnen we alle landen wel binnenboord houden, was toen de vraag. Terwijl er tegelijkertijd geen cent meer naar Griekenland mocht gaan. De toekomst van de euro stond op het spel. Inmiddels is de monetaire unie een stuk robuuster geworden, maar staan we in Europa voor nieuwe grote uitdagingen. Daar ga ik straks op in, maar eerst wil ik even terugblikken.

Het naoorlogse Europa is door economen wel een convergentiemachine genoemd: het neemt arme landen op en helpt ze om welvarend te worden. In de jaren ’50 en ’60 convergeerden de West-Europese landen in rap tempo naar het inkomensniveau van de Verenigde Staten. In de jaren ’70 profiteerden Ierland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk van hun toetreding tot de EU. In de jaren tachtig was het de beurt aan Spanje, Portugal en Griekenland. En de afgelopen 20 jaar hebben ook de Midden- en Oost-Europese landen, waarvan een grote groep in 2004 toetrad tot de EU, een flinke groeisprong gemaakt. 

Dit mechanisme van convergentie kunt u voor de afgelopen 30 jaar terugzien in deze figuur. De groene bolletjes zijn de landen die vanaf 2004 zijn toegetreden. Zij hadden in 1995 een relatief laag bbp ten opzichte van het gemiddelde. Maar zij lieten de afgelopen 30 jaar een stevige groei zien van al gauw boven de 3% per hoofd van de bevolking, terwijl de groei van de al meer welvarende ‘oude’ EU-landen, de rode bolletjes rechts in de grafiek, in deze periode vrij gematigd was.

Neem een land als Polen, een van die groene bolletjes. Polen behoorde in de jaren negentig tot de armste landen van Europa. Maar de afgelopen dertig jaar is het inkomen per hoofd meer dan verdrievoudigd, veel sneller dan het Europese gemiddelde. Daarmee heeft Polen de economische achterstand ten opzichte van landen als Frankrijk, Italië en Nederland voor een groot deel ingehaald. Dat kwam niet alleen door de integratie in de Europese Unie, maar het was zeker een belangrijke factor. De opening van de Europese exportmarkt voor Poolse producten en diensten, de toestroom van Europese fondsen en investeringen, en de deels door Europa afgedwongen economische hervormingen hebben sterk aan het succesverhaal bijgedragen. Hoewel Polen eruit springt, staat het land model voor de rest: nieuwe toetreders werden een stuk welvarender als gevolg van hun lidmaatschap van de Europese Unie.

De jaren rond de eurocrisis leken een deuk in dat beeld te brengen. Een aantal landen liep na aanvankelijk groot succes economisch flink uit de rails, gevolgd door een pijnlijk aanpassingsproces. Dit had meerdere oorzaken, een complex verhaal waar ik vanavond niet verder op in zal gaan. Maar het heeft wel tot een serie hervormingen geleid die de Economische en Monetaire Unie, oftewel het eurogebied, stabieler hebben gemaakt. En Griekenland? Dat heeft inmiddels een van de snelst groeiende economieën in de EU en de werkloosheid is er fors gedaald.

Europa als convergentiemachine dus. Met als motor het wegnemen van belemmeringen voor goederen, diensten, personen en kapitaal, en de stapsgewijze uitbreiding van de Unie met nieuwe lidstaten. Maar dat is niet het hele verhaal. De economische groei in Europa werd ook ondersteund door een continue aanwas van de beroepsbevolking, door immigratie en de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen. En de buitenwereld was Europa gunstig gezind. De wereldhandel floreerde onder een systeem van multilaterale regels. De Amerikanen zorgden voor een groot deel van onze defensie, waardoor we geld overhadden voor andere prioriteiten. En in een geopolitiek stabiele wereld was het niet zo’n probleem om economisch afhankelijk te zijn van landen die we als onze vrienden beschouwden. Achteraf gezien kun je zeggen dat de periode van pakweg 1950 tot 2020 de Europese Gouden Eeuw was.

Die Gouden Eeuw is voorbij. 

De convergentiemachine hapert. We hebben de afgelopen 10 jaar weinig vorderingen gemaakt met het moderniseren en integreren van onze economieën. De uitbreiding van de EU heeft zo langzamerhand zijn natuurlijke grenzen bereikt. We zijn een belangrijke lidstaat kwijtgeraakt. En de Europese economie blijft achter bij andere grote economische blokken, met name de Verenigde Staten en China. 

De afgelopen twintig jaar groeide de Amerikaanse economie bijna twee keer zo hard als die van het eurogebied. Dat ziet u hier. Voor een deel is dit het gevolg van verschillen in demografische ontwikkeling. Onze bevolking groeit trager en vergrijst harder. Als we enkel kijken naar het bbp per gewerkt uur, oftewel de arbeidsproductiviteit, zijn de groeiverschillen wat kleiner. Maar nog steeds gaat het dan om een verschil van iets meer dan een half procent per jaar. Jaar in jaar uit telt dat op, zoals u hier ook kunt zien.

En arbeidsproductiviteitsgroei is belangrijk. Het is een soort heilige graal in de economie. Een hoge groei van de arbeidsproductiviteit betekent dat je met dezelfde hoeveelheid mensen meer goederen en diensten kunt produceren. De econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman stelde niet voor niets: ‘Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het wel bijna alles.’ Het maakt bijna alles in het economische leven makkelijker. Het omgekeerde geldt ook: een achterblijvende productiviteitsgroei zorgt ervoor dat je economisch en financieel structureel de wind tegen hebt. 

Met een stagnerende bevolkingsgroei wordt productiviteitsgroei nog belangrijker. Berekeningen van DNB laten zien dat de arbeidsproductiviteit twee tot drie keer zo hard moet groeien om de economische groei niet verder te laten vertragen. En het rapport van Peter Wennink concludeert dat een economische groei van circa 1,5% nodig is om de koopkracht op zijn minst op peil te houden zonder dat de staatsschuld oploopt.

Nou vallen er wel wat nuancerende kanttekeningen te maken over vergelijkingen met de VS en China. Het lijkt me duidelijk dat we niet alles uit deze landen moeten willen overnemen. De recente politieke en economische ontwikkelingen in de VS zijn nou niet per se iets om jaloers op te zijn. Hetzelfde geldt voor het Chinese politieke en sociale model. 

En Europa doet het economisch gezien ook zeker niet slecht. Maar het zou veel beter kunnen. Is dat belangrijk? Moet het dan per se nog beter? Het antwoord op die vraag is wel degelijk ja. We hebben een hogere economische groei nodig. Niet om te worden zoals de Chinezen of de Amerikanen. Maar om te behouden en te verdedigen wat wij in Europa belangrijk vinden. Denk aan onze gezondheidszorg, onze sociale voorzieningen, onze ambities om een duurzame economie te worden, en misschien wel de democratische rechtsstaat zelf. De bakermat van de Verlichting. 

Dat zien we ook terug in de VN-ranglijst voor de Sustainable Development Goals, waarin de top-10 volledig Europees is. In deze kaart is te zien hoe landen scoren op het gebied van brede welvaart: de score laat zien hoever landen staan in het behalen van alle 17 doelen op het gebied van duurzame ontwikkeling – van armoedebestrijding en goed onderwijs tot gezondheid, gelijkheid en klimaat – waarbij 100 betekent dat alle doelen zijn gehaald. Zoals u kunt zien is de EU het enige gebied in de wereld dat donkerblauw kleurt, de hoogste score dus. Dat is de brede welvaart die we willen behouden. Dat is wat Europa Europa maakt.

Die zaken willen en moeten we verdedigen in een wereld waarin het ons niet bepaald meezit. Dat het geopolitieke klimaat buiten Europa aanmerkelijk guurder is geworden, is inmiddels een understatement. Rusland voert een nietsontziende aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en is misschien uit op meer. En het wordt met de dag onduidelijker in hoeverre we nog kunnen bouwen op het Amerika van Donald Trump. Dat betekent dat we onszelf zullen moeten verdedigen. Letterlijk. Maar het creëren van budgettaire ruimte voor meer defensie-uitgaven zal elders op de begroting pijn gaan doen.

Dan zijn er nog de handelstarieven die de Verenigde Staten aan onze bedrijven opleggen. Handelstarieven van een hoogte die we niet gezien hebben sinds de jaren ’30. En ik kan u verzekeren: handelsrestricties maken ons allemaal armer. 

Terwijl we ons moeten verhouden tot deze nieuwe geopolitieke situatie hebben we te maken met de alsmaar verergerende klimaatcrisis. Hoe meer onze klimaatdoelstellingen uit het zicht raken, hoe hoger de kosten zullen uitvallen. De energietransitie vergt consistent en volhardend beleid, innovatie en geld.

En om de avond nog gezelliger te maken, maak ik hem af met de vergrijzing. Europa vergrijst. Het CBS maakte onlangs bekend dat er vorig jaar voor het eerst meer 65-plussers dan jongeren tot 20 jaar in Nederland woonden. Dat verschil gaat de komende decennia alleen maar groter worden, niet alleen in Nederland maar in grote delen van Europa. Dat betekent dat de kosten van de gezondheidszorg en oudedagsvoorzieningen zullen toenemen. Dat terwijl vanaf 2040 de Europese beroepsbevolking volgens de prognoses met 2 miljoen mensen per jaar gaat afnemen. Meer arbeidsmigratie richting Europa zou deze trend kunnen tegengaan, maar lijkt niet op brede steun te kunnen rekenen en brengt ook weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Maar het alternatief is dat een krimpende beroepsbevolking de kosten van de vergrijzing zal moeten opbrengen.

Europa dreigt te stagneren en links en rechts te worden ingehaald. Daarbij doemt het beeld op van een Europa zoals geschetst in de weergaloze roman ‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeijffer, mijn favoriete boek van een van mijn favoriete schrijvers. Europa als een continent van het verleden, een museum, een attractie voor toeristen. Overspoeld door hordes Amerikaanse en Aziatische toeristen die willen weten hoe er vroeger geleefd werd. 

Het goede nieuws is: we weten wat er moet gebeuren. De gezaghebbende rapporten van Mario Draghi en Enrico Letta over de toekomst van de Europese economie zijn daar heel duidelijk over. Voor Nederland kunnen we daar nu het rapport van Peter Wennink aan toevoegen. 

In feite gaat het om drie dingen. Het eerste wat moet gebeuren is het verder verdiepen van de Europese interne markt. Vooral in tijden van grote onzekerheid fungeert de interne markt als een eerste verdedigingslinie tegen schokken van buitenaf. Zo kunnen we, door onze afhankelijkheid van andere regio's te verminderen, de impact van handelsverstoringen beter opvangen. 

Op dat terrein is nog steeds flinke winst te behalen. Ondanks het feit dat Europa geen interne handelstarieven kent, bestaan er nog steeds aanzienlijke belemmeringen van de handel in goederen en diensten. Een recente analyse van de ECB schat dat de omvang hiervan vergelijkbaar is met een handelstarief van 67% op goederen en 95% op diensten. Dat is waarschijnlijk een overschatting, zoals de studie ook zelf aangeeft, maar we kunnen wel stellen dat de resterende belemmeringen op de interne markt het groeipotentieel van onze economie afremmen. Dezelfde studie laat ook zien dat een bescheiden stapje richting verdere integratie van de interne markt de impact van de Amerikaanse tarieven op termijn volledig compenseert.

Inmiddels heeft de Europese Commissie plannen aangekondigd om in ieder geval de terrible ten aan te pakken: de tien grootste barrières voor de interne markt. Dit gaat vaak om hele praktische zaken. Denk aan verschillende nationale eisen rondom supermarktlabels, afvalverwerking of aanbestedingen. Of ingewikkelde administratieve procedures om medewerkers van een bedrijf tijdelijk in een ander EU-land aan het werk te zetten. Verschillen in regelgeving die stuk voor stuk voortkomen uit goede bedoelingen, maar bij elkaar optellen tot een vaak onneembare horde voor bedrijven die over de grens willen opereren. 

Naast goederen en diensten hebben we ook een interne markt voor kapitaal nodig. Europa’s financiële markten zijn nog steeds sterk gefragmenteerd. Dat komt vooral door verschillen in regelgeving. Zo hebben we in Europa 27 verschillende faillissementsregimes, om maar een voorbeeld te noemen. Daardoor is het in de praktijk nog steeds heel moeilijk voor kapitaalverschaffers in de ene lidstaat om te investeren in een bedrijf in een andere lidstaat. En daarom kan het gebeuren dat Europese huishoudens 10 biljoen - en dat is niet minder dan 10.000 miljard - aan spaargeld op bankdeposito’s hebben staan tegen een lage rente. Terwijl er tegelijk een groot gebrek aan risicokapitaal is. Risicokapitaal dat hard nodig is om innovatieve startups door te laten groeien. Dat is iets wat ze in de VS echt veel beter doen. En daarom vertrekken veel innovatieve bedrijven naarmate ze groter worden uiteindelijk naar de VS.

De recente goedkeuring door de Europese Commissie van een strategie voor de Spaar- en Investeringsunie (voorheen bekend als de Kapitaalmarktunie) is een stap in de goede richting, maar moet nog worden opgevolgd door concrete stappen. Als je echt iets graag wilt, maak je een routekaart en spreek je met elkaar concrete deadlines en deliverables af. Als we het groeipotentieel van de Europese economie willen vergroten, zullen we dit probleem serieus moeten aanpakken.

Eén manier om integratie van Europese markten een stap dichterbij te brengen is de invoering van een zogenaamde 28e regime, voorgesteld in het rapport van Enrico Letta. Dit zou een aparte Europese set aan regels zijn op het vlak van zaken als bedrijfsvestiging, faillissement en arbeidswetgeving. Geen extra regels, maar een alternatief voor de huidige 27 verschillende nationale sets aan regelgeving. Bedrijven zouden optioneel voor dit regime kunnen kiezen. Met name voor kleinere bedrijven, zoals start-ups en scale-ups, voor wie verschillen in regelgeving moeilijker te overbruggen zijn, biedt zo’n regime mogelijk een uitweg. Commissie-president von der Leyen heeft inmiddels aangekondigd op korte termijn met voorstellen te komen. Maar de weg naar de eindstreep ligt vermoedelijk bezaaid met politieke en praktische hobbels. Daarom lijkt het me goed als de Commissie voor dit 28eregime een concrete deadline zou stellen. 

Naast het verdiepen van de interne markt en het wegnemen van belemmeringen op de kapitaalmarkt moeten we meer investeren in Europese publieke goederen. Publieke goederen is economen-lingo voor zaken die alleen de overheid kan verschaffen. Europese publieke goederen zijn dan overheidstaken die beter of efficiënter op Europees niveau dan op nationaal niveau worden geleverd. Dingen die de hele Europese economie ten goede komen, maar die voor één lidstaat te duur en te complex zijn om alleen op te pakken. Zoals bijvoorbeeld het handelsbeleid met derde landen. Of een Europees spoornetwerk voor hoge-snelheidstreinen. Of een beter werkend Europees elektriciteitsnetwerk. Defensie is natuurlijk een actueel voorbeeld. 

Het vergt niet alleen veel investeringen, maar ook heel veel coördinatie en samenwerking om dit goed te doen. We verspillen in Europa enorm veel geld doordat we niet samenwerken bij de aankoop en productie van grote zaken, van treinen tot gevechtstanks. Mario Draghi maakt hier in zijn rapport een groot punt van, en hij heeft helemaal gelijk. Maar vanuit mijn achtergrond wil ik hier wat meer focussen op de vraag hoe we dit allemaal gaan betalen. Dat kan namelijk op verschillende manieren.

Er kan ruimte worden gevonden binnen de huidige EU-begroting, door andere prioriteiten te stellen en te moderniseren. De huidige EU-begroting is nog steeds gericht op de economie van het verleden in plaats van op het leveren van publieke goederen die noodzakelijk zijn voor de economie van de toekomst. Landbouwsubsidies en cohesiefondsen vormen samen ongeveer twee derde van de EU-begroting, terwijl de uitgaven voor onderzoek, klimaat, defensie en grensoverschrijdende infrastructuur laag blijven. Dit moet veranderen.

Maar de vraag is of je er hiermee bent. De huidige EU-begroting bedraagt ca. 1% van het Europese bbp. Zet dat af tegen de Amerikaanse federale begroting van rond de 23% en je ziet dat de omvang van de EU-begroting slagkracht mist. Volgens het Draghi-rapport zou een verdubbeling van de EU-begroting nodig zijn om deze uitdagingen het hoofd te bieden. En dan spreken we dus over 2% bbp.

Waar moet dat geld vandaan komen? Behalve het geld aan andere dingen te besteden zouden lidstaten hun afdrachten aan Europa kunnen verhogen. Als de club waarvan je lid bent meer gaat doen, kan daar best een hogere contributie tegenover staan. Helaas lijkt in Nederland de prioriteit vooral te liggen bij het minimaliseren van de afdracht. Een andere optie is dat de EU meer eigen inkomsten genereert. Maar een Europese belasting lijkt nog ver weg. Als laatste optie zouden nieuwe Europese investeringen ook gefinancierd kunnen worden met gemeenschappelijke Europese schuld. Dat kan best geoorloofd zijn, omdat het bij deze investeringen veelal om een inhaalslag zal gaan, waarvan ook toekomstige generaties meeprofiteren. Daarom ben ik blij dat het aankomende kabinet in zijn regeerakkoord hier constructief tegenover staat.

Het aangaan van gemeenschappelijke Europese schuld is uiteraard een keuze aan de lidstaten, want zij zijn uiteindelijk gezamenlijk verantwoordelijk voor de terugbetaling hiervan. Daarbij moeten we wel bedenken dat nationale schulden in veel Europese landen al te hoog zijn. En elke eventueel nieuwe Europese schuldenlast moet worden gedragen door dezelfde Europese belastingbetalers. Tegenover hogere schulden op Europees niveau, zouden dan ook lagere schulden op nationaal niveau moeten staan. Hiervoor is het belangrijk dat de Europese begrotingsregels beter worden nageleefd. En het spreekt voor zich dat ook hogere groei zou helpen bij het beperken van de schuldenlast. 

Naast meer integratie van onze gemeenschappelijke markt, en voldoende investeringen op Europees niveau, kunnen lidstaten natuurlijk ook zelf stappen zetten om de groei te verhogen door te investeren en hun economieën te hervormen. Zoals al eerder aangehaald, het recente rapport van Peter Wennink bevat hiertoe concrete aanbevelingen voor Nederland.

Helaas zien we dat nationale hervormingen, net als Europese beleidsmaatregelen, slechts met horten en stoten tot stand komen. Zo is tijdens de coronapandemie met het Recovery and Resilience Fund een impuls van 650 miljard euro aan goedkope leningen en giften vrijgemaakt. Lidstaten kunnen daarvan profiteren als ze een set afgesproken hervormingen en investeringen uitvoeren. Daarvan is na vijf jaar pas de helft uitgevoerd, terwijl het fonds bijna afloopt. Kortom, niet alleen Europa, maar ook de individuele lidstaten mogen wel een been bijtrekken.

Hoe dan ook, de bottom line is: we hebben meer Europa nodig. Het publiek begrijpt dit. 

Uit de meest recente Eurobarometer, een jaarlijkse enquête van de Europese Commissie, uitgevoerd in de lidstaten van het eurogebied, blijkt dat de meerderheid van de Europeanen voorstander is van meer Europese integratie. Méér, niet minder. En het zal u misschien verbazen, maar ook in Nederland is dit zo. Ruim 60% van de Nederlanders is het, in meer of mindere mate, eens met de stelling dat er meer beslissingen op EU-niveau genomen zouden moeten worden. In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt staan de meeste Europeanen, en zeker de meeste Nederlanders, dus wél positief tegenover meer Europese samenwerking.

Jacques Delors, de vroegere voorzitter van de Europese Commissie, schetste het probleem van de publieke opinie eens met de woorden: ‘niemand wordt verliefd op de Interne Markt.’ Maar waarom eigenlijk niet? Wie zou niet verliefd kunnen worden op het idee om te kunnen gaan en staan waar je wilt? Dat voelde onze Joost misschien wel een stuk beter aan. 

Laat ik het voorgaande even voor u samenvatten. De voordelen van Europa zijn duidelijk. Er is draagvlak onder het publiek voor verdere Europese samenwerking. En het is vrij duidelijk wat er moet gebeuren, in ieder geval op economisch en financieel terrein. 

En toch is het nog steeds heel moeilijk om echte vooruitgang te boeken. Veel van de doorbraken in de Europese samenwerking kwamen pas als reactie op crises: zoals de Bankenunie en een mechanisme voor wederzijdse financiële steun na de eurocrisis, en het Next Generation EU herstelfonds tijdens COVID. 

Hoe komt het dat we in Europa zo traag vooruitkomen? Hebben we echt elke keer een crisis nodig om voortgang te boeken?

De redenen waarom het zo moeizaam gaat zijn niet zozeer financieel-economisch – Europa als geheel is rijk genoeg – maar vooral politiek van aard.

Ten eerste betekent verdere integratie onvermijdelijk dat nationale bevoegdheden moeten worden opgegeven - en dat is een gevoelig onderwerp. En hoewel de uitbreiding van de EU haar rol als wereldwijde handelsblok heeft versterkt, heeft het de besluitvorming niet gemakkelijker gemaakt. Daar komt nog bij dat voor sommige belangrijke beleidsgebieden, zoals de EU-begroting en buitenlands beleid, besluitvorming gebaseerd is op unanimiteit. Vooruitgang boeken is in Europa nooit een gemakkelijk proces geweest, en zal het ook nooit zijn. 

En daar wil ik voor wat betreft Nederland nog iets aan toevoegen. Wat het werk van Mathieu heel mooi laat zien is dat de houding van Nederland ten opzichte van Europa altijd ambivalent is geweest. Mathieu zegt ergens dat de Nederlanders de Europese integratie vooral zagen als een technocratie ten dienste van vrijhandel. Ook vandaag de dag nog zien velen Europa vooral als iets waar je veel geld aan kunt verdienen, maar wordt er zuur gekeken als het gaat om het overdragen van soevereiniteit of het voldoen van onze financiële bijdrage.

Begrijp me goed: er is niets mis met geld verdienen. En dat ging prima in de Europese Gouden Eeuw. Maar in de nieuwe tijd waarin we ons nu bevinden kunnen we ons die beperkte blik op Europa niet langer veroorloven. Europa is niet langer een wingewest, Europa is ons lijfsbehoud. Als we niet samenwerken zijn we op lange termijn de klos. Zoals Benjamin Franklin zei tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog: ‘We must all hang together, or assuredly we shall all hang separately’. Het Draghi rapport maakt aannemelijk dat zonder verdere integratie, Europa langzamerhand afglijdt naar irrelevantie. En er is in de internationale geopolitiek toch dat bekende gezegde dat wanneer je niet langer aan tafel zit, je uiteindelijk op het menu komt te staan. 

En effectief samenwerken in een verband van 27 lidstaten betekent onvermijdelijk het met elkaar delen van soevereiniteit. We zullen onze nationale soevereiniteit moeten delen om onze Europese soevereiniteit te behouden. En om toch ook even te doordenken: wat betekent nationale soevereiniteit eigenlijk überhaupt voor een kleine en open handelsnatie als Nederland? Van de handel in onze eigen Gouden eeuw tot de koppeling van gulden aan de D-mark in de jaren ’80 en ’90: is ons lot niet altijd onlosmakelijk verbonden geweest met wat er buiten onze grenzen gebeurt, en hoe men daar tegen ons aankijkt?  

Laten we niet naïef zijn: het delen van soevereiniteit is nooit populair. Het vergt politieke moed. Maar misschien is dat wel wat we nu nodig hebben. De moed om het onverwachte te doen. Het revolutionaire. Het ongelooflijke. Zoals onze politieke voorouders na de oorlog deden. 

En laten we daarbij bouwen op onze kracht. Want Europa heeft veel in huis. De EU vormt met 450 mijoen consumenten het grootste handelsblok en de tweede economie ter wereld. We hebben de landen met de hoogste welvaart in de wereld, en we scoren ook sterk op brede welvaart. Denk nog even aan het kaartje met de sustainable development goals. We bulken van de innovatieve ideeën en de creativiteit. En we hebben relatief veel vrije tijd. Europa is een lifestyle superpower. En in een wereld waarin alles onzeker lijkt, het recht van de sterkste hoogtij viert en geld alles lijkt te kunnen kopen, hebben wij sterke instituties en een sterke rechtsstaat. Die zekerheid is niet alleen fijn voor onze burgers, maar ook buitengewoon aantrekkelijk voor bedrijven. 

Dit alles is een kracht die niet onderschat mag worden. Dat geeft ons in potentie enorme economische en politieke macht. We kunnen die potentie waarmaken. Mits we samen optrekken. En mits we haast maken.

De Mathieu Segers Lezing is een initiatief van de Stichting Gedachtegoed prof. dr. Mathieu Segers en wordt ondersteund door Studio Europa Maastricht, Nieuwspoort, Prometheus, de gemeente Maastricht, de provincie Limburg & de Europese Commissie. De lezing wordt geproduceerd door Haagsch College

 

Lees meer...

Een nieuw jaar betekent nieuwe voornemens. Voor velen staat ‘meer lezen’ hoog op het lijstje. Mocht je nog wat boekentips kunnen gebruiken, dan helpen wij van Café Europa je graag uit de brand. We hebben alle boeken die in 2025 aan onze leestafel zijn getipt voor je op een rijtje gezet! 

 

Host Annette van Soest

Inval Host Anke Truijen

Chef redactie Freek Ewals

Redacteur Annelies Hoelen

Redacteur Luc de Klerk

Redacteur Pieter van der Lugt

Redacteur Guus Boeren 

 

Stamgasten
Politiek verslaggever Arjan Noorlander

Brussel-correspondent Kysia Hekster

Oud-politicus Diederik Samson 

Duitsland-correspondent Derk Marseille

Host Stefan de Vries 

NRC-Buitenlandchef Stéphane Alonso

Duitsland-correspondent Han Dirk


Gasten 
Oekraïne-expert Bob Deen 

Europarlementariër Anna Strolenberg

Europarlementariër Malik Azmani

NOS-verslaggever Sander van Hoorn 

Financieel journalist Mathijs Bouman

Auteur en journalist Dore van Duivenbode

Europa-correspondent Tijn Sadée

Europa-expert Mendeltje van Keulen

Brussels Nieuwe-hoofdredacteur Bert van Slooten

Brussel-correspondent Rik Rutten

  • ZBIG van Edward Luce

Duitsland-expert Hanco Jürgens

Adjunct-hoofdredacteur De Correspondent Rosan Smit

Europa-correspondent Caroline Gruyter

Nederland-correspondent Ludger Kazmierczak

Filosoof Haroon Sheikh

Lees meer...

Haagsch College zoekt doorlopend een stagiair(e) Productie. Heb jij zin in een uitdagende stage bij een theaterproducent? Dan zoeken wij jou!

Over ons
Haagsch College maakt creatieve theaterproducties over actualiteit, maatschappij en sport. Met de beste sprekers (zoals Beatrice de Graaf, Tom Dumoulin, en Laila Frank) staan we in ruim 30 grote theaters en schouwburgen in Nederland. Hier verzorgen wij een inspirerende avonden voor een breed publiek. Wij ontwikkelen en produceren theatercolleges van a tot z. 

Over het team
Wij zijn een kleine organisatie die vol enthousiasme werkt aan het vertalen van maatschappelijke verhalen van idee tot het podium. Je komt te werken met 6 hele leuke collega’s, waardoor er altijd iemand is om je vraag te beantwoorden. Je zult worden begeleid door onze Hoofd Productie. 

Ter uitbreiding van ons team zijn wij altijd op zoek naar:

STAGIAIR (M/V/X) PRODUCTIE
24 uur/week, duur in overleg. 

Wat ga je doen
Wij produceren doorlopend nieuwe voorstellingen en avonden. Zo is er de ene week ruimte voor het opzetten van een nieuw programma, en zijn er de volgende week juist weer voorstellingen die gedraaid moeten worden. Het takenpakket ziet er ongeveer zo uit:

  • De planning en organisatie van colleges, van conceptontwikkeling tot uitvoering.

  • Meewerken als productie-assistent tijdens komende voorstellingen zoals de theatertours met Tom Dumoulin, Beatrice de Graaf en Laila Frank

  • Ondersteunen bij podcastopnames van Café Europa en Station Kyiv 

  • Administratieve ondersteuning, van het ticketingproces tot het bijhouden van de website 

  • Redactionele ondersteuning, zoals bijvoorbeeld het zoeken van beeldmateriaal voor bij de colleges 

Wie zoeken wij
Wij zijn op zoek naar een enthousiaste student met organisatietalent! In het kort zoeken we iemand die:

  • Een relevante opleiding op mbo, hbo of wo-niveau volgt. Denk hierbij aan journalistiek, geschiedenis, algemene cultuurwetenschappen, politicologie, internationale betrekkingen, theaterwetenschappen, theatermanagement, productie podiumkunsten, communicatie, of creative business.

  • Organisatorisch overzicht heeft: je werkt georganiseerd en kunt meerdere taken tegelijkertijd beheren.

  • Houdt van wedstrijdspanning: tijdens events weet je van aanpakken en je kan last-minute creatieve oplossingen bedenken om het publiek de beste ervaring te geven

  • Flexibel is: je kan werken op onregelmatige tijden, inclusief avonden en weekenden.

  • Nieuwsgierig is: je bent geïnteresseerd in de wereld om je heen en op de hoogte van grote maatschappelijke gebeurtenissen van dit moment

  • Een goede beheersing heeft van het Nederlands. Engels is een pré

  • Thuis in MS office en Google Drive. Bekend zijn met Premier Pro is een pré

  • Het bezit van rijbewijs B is een pré

Wat bieden wij?

  • Een unieke kans om ervaring op te doen in de wereld van theaterproductie

  • Het werken aan toffe theatervoorstellingen met bekende sprekers die de beste zijn in hun vakgebied

  • Een jong team met de beste en leukste collega's om je heen waar je veel van kunt leren

  • Werken in een klein team waarin jouw creativiteit wordt gewaardeerd.

  • Flexibele werktijden en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en groei.

  • Stagevergoeding conform de sector

Solliciteer nu:
Stuur je cv en een korte motivatiebrief waarin je uitlegt waarom je geïnteresseerd bent in deze stage naar Anneke van Hees, anneke@haagschcollege.nl o.v.v Aanmelding Productiestage. Heb je eerst nog vragen over de functie? Dan kun je ook contact opnemen met Anneke van Hees. 

Zit je in een tussenjaar? Of wil je gewoon met een stage onderzoeken wat je later wilt gaan doen? Ook dan hebben wij een plekje voor jou! Solliciteer dus vooral.

Acquisitie op basis van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

 

Lees meer...

Op maandag 10 februari 2025 sprak Groenlinks-PvdA leider Frans Timmermans de eerste Mathieu Segers Lezing uit in perscentrum Nieuwspoort. Hieronder leest u de volledige tekst. Of kijk de hele avond terug met o.a. Roxane van Iperen en Berend Sommer.
 

  1. Inleiding 

Lieve dierbaren van Mathieu, vrienden, Europeanen, landgenoten, we zijn hier vanavond om professor Mathieu Segers te eren, om zijn gedachtengoed en zijn manier van denken te belichten en om te doen wat hij altijd heeft gedaan: nadenken over de opdracht die Europese erflaters ons hebben gegeven, dat wil zeggen het blijven bouwen aan duurzame vrede een voorspoed voor iedereen op ons continent. 

Het is voor mij een grote eer te zijn uitgenodigd de eerste Mathieu Segers lezing uit te spreken. De eerste in een ongetwijfeld lange reeks van ongetwijfeld stijgende kwaliteit.

Mathieu’s gezin, zijn familie, zijn vrienden en alle andere betrokkenen, die op zo’n waardige en mooie manier vorm weten te geven aan de ambitie zijn denken levend te houden en zijn ideeën onder een breed publiek onder de aandacht te blijven brengen, geven daarmee ook aan hoe groot de blijvende waarde is van dat gedachtengoed.

Ik wil beginnen in Berlijn, altijd weer Berlijn. In mijn geboortejaar, 1961, werd de Muur gebouwd. In het geboortejaar van onze zoon Marc, 1989, weer afgebroken. Onze zoon Max werd geboren in 2004, toen voormalige Warschaupact landen toetraden tot de EU. Geen politieke ontwikkeling in mijn leven is belangrijker dan de heling van het verdeelde Europa.

Berlijn is de stad waar alle fasen van de Europese geschiedenis sinds 1871 tot op de dag van vandaag letterlijk in beeld zijn, van de Siegessäule, symbool van Pruisische militaire triomfen, gedecoreerd met op de Fransen veroverde kanonnen, tot de protesten in de voorbije weken van grote groepen mensen tegen extreem rechts aan de voet van het Brandenburger Tor.

Hier is de geschiedenis die Mathieu Segers zo fascineerde zichtbaar, hoorbaar, voelbaar, aanraakbaar.

Dit is ook de stad die de zoektocht verbeeldt naar het juiste pad op weg naar een ongewisse toekomst. Waarbij de vraag centraal staat of Europa trouw weet te blijven aan de idealen en principes van de grondleggers van de Europese integratie of terugvalt op de idealen en reflexen die tussen 1871 en 1945 de relaties tussen Europese naties bepaalden.

Krijgt de succesvolle formule van de gedeelde lotsbestemming als invulling van verlicht eigenbelang een nieuwe, dringend noodzakelijke impuls? Of blijkt de verleiding van nostalgisch nationalisme als antwoord op de vele uitdagingen te groot? 

Wordt dit het tijdperk van bruggenbouwers of van muurmetselaars? Is de grootste van de Europese politieke verworvenheden: de acceptatie dat recht voor macht gaat, nog steeds levensvatbaar? En als dat niet zo zou zijn, wat betekent dat dan voor de toekomst van Europa?

Over deze vragen wil ik mij nu buigen, waarbij ik een nuchtere blik zal werpen op wat er in de afgelopen 35 jaar is gebeurd, vanuit de overtuiging dat het ons kan helpen niet alleen de status quo beter te zien, maar ook beter voorbereid te zijn op de vele uitdagingen die ons nog te wachten staan.

Ik vraag u deze gedachtenexercitie ook te zien als eerbetoon aan een man die ik heb leren kennen toen hij een jonge, enthousiaste, originele, eclectische speurder was naar de vele sedimenten die de voedingsbodem vormden voor ons Europa. Een man die uitgroeide tot een alom bewonderde denker, schrijver, leraar, mentor, vriend, adviseur en inspirator. Bij mijn beste weten in het Nederlands taalgebied de enige kenner van Europa vermetel en zelfverzekerd genoeg om de Europese integratie als Gesamtkunstwerk te beschouwen: Mathieu Segers. 

Bij het lezen van zijn boeken en het luisteren naar zijn podcasts, heb ik mij regelmatig afgevraagd waarom Mathieu en ik vaak van dezelfde schrijvers houden.

Wij komen beide uit het grensgebied tussen de zogeheten Latijnse en Germaanse wereld. Daarom houden we ook van schrijvers die verschillende culturen in zich verenigen en die in- en uit die culturen kunnen stappen, van Curzio Malaparte tot Joseph Roth, van Günther Grass tot Czeslaw Milosz, van Franz Kafka tot Elif Shafak.

Één van Mathieu’s favoriete werken was Het schaarse licht van Nino Haratischwili, Georgische immigrant in Duitsland. Ze schrijft in het Duits prachtig de Werdegang van de generatie die de pan-Europese Wende als kind meemaakte en nu terugkijkt op de verworvenheden en bezorgd is over de nieuwe uitdagingen. Een prachtig boek dat ik u – samen met Mathieu zou ik willen zeggen – van harte wil aanraden.

  1. Verdeeldheid en verlamming

Beste aanwezigen, het kost mij geen enkele moeite het gevoel van euforie op te roepen dat mij en vele andere jonge diplomaten in z’n greep had toen de Berlijnse Muur viel. De Koude Oorlog werd gewonnen zonder – aanvankelijk althans – een schot te lossen.

Francis Fukuyama voorspelde zelfs een einde van de geschiedenis, waarmee hij bedoelde dat ideologische tegenstellingen overwonnen waren en de wereld zou convergeren naar verschillende gradaties van door markteconomieën aangedreven rechtsstatelijkheid.

In feite de Pax Americana, maar dat kon de Amerikaan Fukuyama natuurlijk niet zo omschrijven. 

Lang werd in de Verenigde Staten, maar ook in Duitsland de illusie gekoesterd dat ook Rusland het einde van de Europese deling zou aangrijpen op dezelfde wijze als de andere landen van het voormalige Warschaupact. Met Rusland als democratische rechtsstaat met een goed functionerende markteconomie. 

Het was onverantwoord wensdenken, gebaseerd op een tekortschietende kennis van de Russische geschiedenis, cultuur, maatschappij en economie. Een meer realistische kijk op wat Rusland is en hoe het zich sinds de val van de Muur heeft ontwikkeld, zou het Westen veel beter hebben voorbereid op de huidige confrontatie met Poetin, die veel meer ideologische trekken vertoont dan we zelfs nu nog bereid zijn in te zien.

China vond de periode van de Pax Americana wel prettig, voor politieke aanpassingen en consolidatie binnenslands en economische expansie buiten de grenzen van het land en het continent.  

Ondertussen werd stap voor stap in de wijde wereld en in de internationale structuren een positie opgebouwd die voorheen het exclusieve domein van de VS was en die de VS bezig was stap voor stap te verspelen. China bleef in het eigen bed liggen, tot het sterk genoeg was om het wereldtoneel op te gaan als een van de (twee) onontkoombare hoofdrolspelers. 

Het einde van de Koude Oorlog bracht een nieuwe orde die wereldwijd tot zeer grote welvaartsgroei leidde. Maar deze werd zo ongelijk verdeeld, zette arbeid zo ver op achterstand van kapitaal, dat in de meeste Westerse democratieën er een afrekening volgde met de gevestigde orde, waartoe ook te vaak de democratische rechtsstaat zelf gerekend werd. 

De opeenvolgende financiële crisis, de pandemie en de meest ingrijpende industriële revolutie in de menselijke geschiedenis, met de maatschappelijk diep ingrijpende explosieve opkomst van sociale media als meest duidelijke exponent, hebben dit proces versneld en versterkt.

Er is geen mondiaal leiderschap.

De uitdaging zijn in toenemende mate wereldomvattend en internationaal, leiderschap in toenemende mate nationalistisch. Hoe hiermee om te gaan is een van de belangrijkste vragen van deze tijd.

Je kunt ervoor kiezen bestaande internationale instrumenten te hervormen, zodat ze passen bij de huidige tijd. Denk daarbij met name aan de VN en andere organisaties die de wereld van 1945 en niet van 2025 reflecteren. Het mondiale zuiden heeft daarin nauwelijks positie en omgekeerd proberen grote spelers als China en India zich nog steeds te hullen in de mantel van machteloos ‘ontwikkelingsland’ om zo met uitgestreken gezicht kampioen te zijn van het Zuiden zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen of verantwoording af te leggen.

De wereld heeft tegelijkertijd behoefte aan hele nieuwe internationale instrumenten, bijvoorbeeld voor de aanpak van de klimaatcrisis of de mobilisering van financiën voor adaptatie en energietransitie.

Uiteindelijk is de keuze binair: of de wereld bezorgt zichzelf de juiste instrumenten voor vreedzame conflictbeslechting, of we gaan weer ouderwets oorlog voeren. Net als zo vaak eerder in onze geschiedenis, leiden tektonische verschuivingen tot aardbevingen, tot botsingen, tot nieuwe verhoudingen.

Dat gebeurt, of we het nu willen of niet. Hoe het gebeurt? Daar hebben we wel invloed op.

De VS en China zoeken de confrontatie op met elkaar en zien een nieuwe bipolaire wereldorde; de rest van de wereld wil goede relaties met zowel de VS als China (in wisselende balansen).

Ideologische overwegingen spelen daarbij niet of nauwelijks een rol. Europa zal zich tot die werkelijkheid moeten verhouden. Ik zie daarbij zowel kansen als bedreigingen, daar kom ik zo op terug.

Tech moguls hebben monopolistische platforms die meer macht en geld hebben dan middelgrote landen. Zij leggen noch politieke, noch democratische verantwoording af en voelen zich het meest comfortabel in een autocratische omgeving die hun soevereiniteit niet aantast en ze de kans geeft onbeperkt hun eigen belangen te dienen. In dat opzicht verschillen ze niet van de bankiers, spoormagnaten en olieboeren uit het Amerika van eind negentiende eeuw, noch van de kolen- en staalboeren van Duitsland in de eerste helft van de vorige eeuw. In de praktijk waren extreemrechtse autocraten en de grootste economische actoren een kleine honderd jaar geleden even innig met elkaar verbonden als nu.

In de VS overwon uiteindelijk indertijd de rechtsstaat, in Duitsland ging deze, mede door de oligarchen, verloren. Oligarchen die ook de mede-wegbereiders waren van het totalitaire Rusland van vandaag.

Terwijl de nieuwste vormen van ongebreidelde economische en financiële macht de smaak te pakken hebben van politieke macht die zij liefst ook ongebreideld zouden zien, staan de dragende instituties van de democratische rechtsstaat er wankel bij. 

Waarom? Omdat ze veel vertrouwen bij grote delen van de bevolking zijn kwijt geraakt. 

Strijdbaarheid is nu geboden, waar verlamming om zich heen lijkt te grijpen.

  1. Existentiële strijd

Het tweelingzusje van rechteloosheid is straffeloosheid, zoals we sinds 2014 in Oekraïne zien, in het Midden-Oosten en in andere delen van de wereld. Het recht dat werd toegepast of waarnaar werd gehint, was zeker niet altijd rechtvaardig, maar kon soms wel houvast bieden of wie zwakker stond enige bescherming bieden.

Dit lijkt steeds minder het geval. President Trump zoekt niet eens meer naar een rechtvaardiging voor zijn claim op Groenland, Panama of Gaza. Hij gebruikt het adagium van de sterke man, of de pestkop, zoals u wilt: “Why? Because I can.”

Hoe dan ook, de wereld verandert sneller dan onze verbeeldingskracht aan kan, dus is de neiging sterk te vluchten in nostalgie, ook in de internationale politiek.

De Nederlandse reactie op de huidige Zeitenwende roept bij mij soms herinneringen op aan die van 1989. Als jong ambtenaar op BZ was ik getuige van de kabinetsformatie voor Lubbers III. De discussies gingen alleen over binnenlandse onderwerpen, de koopkracht voorop, ook bij de presentatie van het kabinet Lubbers-Kok, dagen voordat de Muur viel.

Hoe bewonderd en gevierd Lubbers ook was, de Zeitenwende schatte hij totaal verkeerd in, zoals ook bleek toen hij zich voor het karretje van Thatcher liet spannen door twijfel te uiten over de Duitse hereniging.

Vandaag hebben we evenzeer moeite door de bomen het bos te zien, vragen binnenlandse uitdagingen en misstanden haast onze volledige aandacht, en zien we de EU nog te weinig als onze ‘soevereiniteitsversterker”.

Ondertussen heeft globalisering de wereld sinds de val van de Muur in termen van armoedebestrijding en verheffing ontzettend veel gebracht. Europa zou dit als een kans moeten zien, en veel meer moeten investeren in partnerschappen in het mondiale zuiden. Zeker nu Trump daar een vacuüm laat ontstaan, doet de EU er verstandig aan ook in het gat te springen en dat niet alleen aan China over te laten. In dat kader is de bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking buitengewoon onverstandig en in strijd met het Nederlands belang.

Mijn conclusie uit het voorafgaande is dat de wereld sinds de Cuba crisis van meer dan zestig jaar geleden niet zo onveilig is geweest als vandaag. Op vele plekken in de wereld moet recht wijken voor macht. Nu zelfs de VS gekozen heeft voor macht boven recht is wegduiken of schuilen tot het weer overwaait geen optie.

Zeker niet voor de EU die, hoe ongemakkelijk die waarheid voor velen ook lijkt te zijn, de pax Americana altijd als fundament heeft gebruikt en ook vandaag nog bitter nodig zal hebben.

Wat voor mij vaststaat is dat als ‘macht gaat voor recht’ het dominante ordeningsprincipe wordt in de internationale verhoudingen, de EU zal verkruimelen. 

Het wezenskenmerk van de Europese integratie is dat de macht buigt voor het recht. Het recht stelt grenzen aan de macht, zodat ook wie klein is, zwakker staat, armer is of een minderheid vormt, kan rekenen op bescherming.

Als recht buigt voor macht, wordt wie machteloos is ook rechteloos en zijn we terug in een Hobbesiaanse wereld. Landen zullen niet verdwijnen. Maar hun onderlinge verhoudingen zullen weer geheel machtsverhoudingen worden, waarbij kleinere landen veel aan invloed zullen verliezen.

De EU zal dit niet overleven. 

De strijd om ervoor te zorgen dat recht voor macht gaat, is dus voor de EU een existentiële strijd.

  1. Naar een Europese defensie-industrie

Ik kan mij voorstellen dat u na deze ontnuchterende opsomming toe bent aan bemoedigende woorden. En ja, er is genoeg reden voor zorg. Maar er is geen enkele aanleiding voor wanhoop. Escapisme is een luxe die we ons niet kunnen permitteren, al vallen we vaak voor de verleiding.

Vooral rond de klimaatcrisis hebben we de afgelopen tien jaar alle vormen van escapisme en uiteindelijk fatalisme voorbij zien komen. Beginnend met “er is helemaal geen klimaatcrisis”, via “het is er wel, maar het komt echt niet door menselijk gedrag”, via “het komt wel door menselijk gedrag, maar is alleen maar kwestie van beetje aanpassen, dijkje hier en daar”, tot nu “ja, er is een klimaatcrisis, maar het is nu toch te laat er nog iets aan te doen, dus laten we ons ergens anders druk over maken”.

Ook in veiligheidspolitiek opzicht is de klimaatcrisis de moeder aller crisissen. Als we in de komende jaren kunnen laten zien dat de internationale gemeenschap in staat is een reeks van crises het hoofd te bieden, op te lossen, dan wel echt aan te pakken, dan zal het geloof groeien dat ook de ergste crisis kan worden ingedamd. Hierin schuilt een essentiële rol voor de EU, zowel intern als internationaal. Wat is hier voor nodig?

“Vrijheid die het volk leidt” van Eugène Delacroix is één van de meest iconische schilderijen uit de Europese geschiedenis. De Franse natie als geheel, de drie standen en de verschillende generaties prominent om Marianne met ontbloot bovenlijf en Frygische muts, geleid door vrijheid naar de toekomst. 

Hier vallen de twee kanten van vrijheid, zoals uitgewerkt door Isaiah Berlin, één van de inspiratiebronnen van Mathieu die ook figureert in zijn laatste boek, perfect samen: negatieve vrijheid, de bescherming van onvervreemdbare burgerrechten en positieve vrijheid, de ruimte om emancipatie mogelijk te maken. Liberté, égalité, fraternité. 

Dat zijn precies de twee vrijheden die nu in Georgië geclaimd worden door de moedige mensen die nog steeds dagelijks de straat opgaan om te protesteren tegen de greep die imperialistisch Rusland heeft op hun vrijheid, hun toekomst. En zoals die toen nieuwe Franse driekleur in 1830 symbool stond voor vrijheid, zo staat die blauwe vlag met gouden sterren dat vandaag voor Georgiërs, Oekraïners en andere Europeanen voor wie vrijheid geen zekerheid is.

De twee beelden die ik heb uitgekozen zijn iconisch, ook omdat het Europa van de Verlichting draait om de twee vrijheden van Berlin en dat de EU deze twee vrijheden als opdracht nog steeds in zich draagt.

Één van de dragende gedachten van het neoliberalisme is de valse veronderstelling dat positieve vrijheid geen actie behoeft anders dan het ruim baan geven aan negatieve vrijheid.

Plat gezegd: liberté, mits ruim baan gegeven, leidt vanzelf tot égalité en fraternité. Terwijl de pijnlijke ervaring van de afgelopen anderhalve eeuw toch is dat zonder solidariteit en zonder gelijkheid voor de wet, vrijheid geen enkele kans van slagen heeft.

Vanaf de eerste discussies over de gezamenlijke toekomst van de Europese naties, nog tijdens de oorlog en niet zelden door mensen die vastgezet waren door fascisten en nazi’s, was duidelijk dat alleen een radicale keuze voor een gedeelde lotsbestemming de kans bood te breken met oorlog als instrument van conflictbeslechting tussen Europese naties. 

Wantrouwen en ongelijkheid werden als bedreigingen voor de vrede gezien. Wantrouwen kon worden weggenomen, stap voor stap, door gezamenlijk beheer van de ingrediënten van de oorlogsindustrie, kolen en staal. Ongelijkheid kon worden aangepakt door via handelsbeleid en landbouwbeleid de groei te stimuleren en de armoede en Verelendungop het platteland en van de industrie arbeiders te bestrijden.

Europa kon dit doen onder de paraplu van de pax Americana, waarvan de NAVO de materiële uitingsvorm was en is. Zowel de EU als de NAVO hebben hun eigen rol te spelen als het gaat om onze veiligheid. Beide zijn essentieel voor onze veiligheid, maar zijn alleen effectief als ze zich concentreren op de taken die zij met de hun ter beschikking staande instrumenten het beste uit kunnen voeren.

Vanuit Europees perspectief is kiezen voor de een óók kiezen voor de ander. De één kan nooit de ander vervangen. Europese NAVO partners zullen een groter aandeel moeten nemen in hun eigen veiligheid. 

Dat vraagt om veel intensievere samenwerking, waarbij de toegevoegde waarde van de EU op militair-industrieel vlak ligt. 

Dat vereist het opbouwen van een moderne Europese defensie industrie die top materieel tegen aanvaardbare prijzen kan leveren. 

Het vereist het creëren van synergie tussen civiele en militaire innovaties die ervoor zorgen dat Europa blijft aanhaken in de huidige diepe industriële transformatie.

Dat raakt overigens ook aan de weerbaarderheid van Oekraïne. Want hoe weerbaarder Oekrainë hoe rechtvaardiger straks de vrede. 

Hoe rechtvaardiger de vrede, hoe kleiner de Russische dreiging voor heel Europa.

Hoe kleiner de Russische dreiging, hoe effectiever (en goedkoper) de versterkte Europese defensie.

Meer uitgeven voor Oekraïne nu is dus een investering in onze veiligheid. Laten we de moed opbrengen om te zeggen: Ja, we moeten naar een Europese defensie-industrie toe, waarbij we gezamenlijk fors investeren in defensie. 

Daarom pleit ik ervoor dat Europa zich inkoopt in een aantal grote bedrijven om fragmentatie tegen te gaan en ervoor te zorgen dat wapenfabrikanten niet de winnaars worden van de oorlog. Dat financieren we met gezamenlijke Europese leningen.

  1. Economische weerbaarheid

Veiligheid gaat niet alleen over militaire weerbaarheid, het raakt ook aan onze economische weerbaarheid. En die weerbaarheid, ons vermogen de vele stormen te doorstaan zonder door de knieën te gaan voor de apostelen van onvrijheid die autoritair bestuur willen verkopen als herwonnen vrijheid, wordt groter naar mate het aantal burgers groter wordt dat meegroeit in welvaart en welzijn.

De realiteit is dat Europa economisch en technologisch achterblijft.

Als we niks doen worden we meer en meer de speelbal van China de Verenigde Staten en straks ook India en andere opkomende landen en kunnen we er niet voor zorgen dat iedereen de vruchten plukt van onze welvaart.

We staan dus voor een ongekende opgave dat tij te keren. Willen we dat onze Europese industrieën vooroplopen, dan is het voeren van Europese industriepolitiek noodzakelijk. Dan moeten we duidelijk gecoördineerde keuzes maken.

Die eensgezindheid is van levensbelang willen we innovatief blijven, willen we voldoende in staat zijn om te zorgen voor banen, hoogwaardige banen, en willen we concurrentie met de giganten in het oosten en westen aan te kunnen.

Europa zal op de eerste plaats fors moeten investeren.

Mijn voorstel is dat de Europese Unie het advies van Mario Draghi ter harte neemt en grotendeels uitvoert. Het lijkt enorm: 150 miljard aan jaarlijkse investeringen. Maar het is nodig en het is politiek noodzakelijk ons die orde van grootte eigen te maken en er naar te handelen. Bovendien levert het ons op lange termijn juist heel veel op.

Europa is daarbij wel volstrekt kansloos als we de prijs van energie niet naar beneden weten te krijgen en als we niet onze energiesoevereiniteit tot stand weten te brengen.  

De enige grondstof die we zelf in overvloed hebben is zon en wind. Fossiel is eindig, nucleair zal op Europese schaal nodig blijven, maar maakt ons, vanwege de noodzakelijke grondstoffen, nog steeds afhankelijk van derden, dus die afhankelijkheid moet zo klein mogelijk blijven.

Europa heeft een echte energie-unie nodig die ons helpt de transitie te versnellen, de elektrificatie te vergemakkelijken en de industrie perspectief te bieden. Hierdoor kan de energierekening voor Nederlanders en European sneller omlaag.

Op het vlak van duurzame energie kunnen we ons nog steeds meten met de koplopers in de wereld. Maar op dit moment maken andere delen van de wereld veel meer vaart. Het mag ons na de eerste generatie zonnepanelen en de opkomst van de smartphone niet nog eens gebeuren dat we een leidende positie verspelen omdat we te langzaam zijn.

Omdat we te zelfgenoegzaam of te laf zijn.

Ik zie een Europa voor me waarin dankzij windmolens de Noordzee dé energie hub van Noord-Europa is.

Ik verbeeld me een Europa waarin we – naast de productie van warmtepompen, next generation zonnepanelen en windturbines – werken aan onze eigen batterijproductie en ons toeleggen op onze eigen uitstootvrije auto-industrie – een industrie die de belofte in zich draagt van groene banen voor de toekomst.

Ik stel me een Europa voor waarin we werken aan de beste kwaliteit groen staal, zoals Tata bij IJmuiden en Thyssen-Krupp in Duisburg. 

Investeren in chemiebedrijven waar waterstof wordt aangevoerd, zoals in Rotterdam, Geleen en andere delen van het Europese industriële hartland. 

Ik zie investeringen voor in de productie van warmtepompen voor me bij ons in Apeldoorn, waarmee we voor goede banen en fijne duurzame woningen zorgen voor een heleboel mensen. Ook zijn forse investeringen nodig in high tech bedrijven zoals ASML in Eindhoven omdat technologisch leiderschap essentieel is voor een weerbare economie.

Wat van ons gevraagd wordt is de snelste industriële transformatie uit de moderne Europese geschiedenis. 

De schaal van deze transformatie vergt een niveau van investeringen die de wereld niet eerder heeft gezien en die door de grootste spelers, de VS en China voorop, nu wordt geleverd, maar niet door Europa. 

Daarom is een kapitaalunie nu dringend nodig. 

Daarom zijn eurobonds nu dringend nodig. 

Hoe grotere de schaal, hoe breder de risico’s gedekt, hoe eenduidiger de regels, hoe goedkoper het kapitaal en hoe aantrekkelijker Europa wordt voor venture capital.

Laten we onze zegeningen tellen. Europa is in vergelijking met andere continenten klein. Maar we hebben hier werkelijk alle middelen om onze toekomst in eigen hand te nemen.

Op voorwaarde dat we moedige Europese keuzes maken waar ook wij in Nederland de vruchten van zullen plukken. 

Want wie dat enorme Europese potentieel in 27 machteloze deelbelangen van elkaar scheidt, die heeft het nakijken. 

Het nationalisme van Wilders en zijn vrienden van de nationalistische internationale maakt van onze soevereiniteit. Want soevereiniteit is een lege huls zonder handelingsperspectief dat de kans biedt de werkelijkheid naar je hand te zetten. 

Europese integratie tilt nationale soevereiniteit naar het niveau waarbij Europese landen gezamenlijk de handelingsbekwaamheid herwinnen die zij ieder voor zich al lang zijn kwijtgeraakt. Berusten in dat verlies, betekent berusten in machteloosheid en vluchten in valse nostalgie naar een verleden dat nooit heeft bestaan.

  1. Macht begrenzen door recht

De tweede termijn van president Trump heeft onze uitdaging niet kleiner gemaakt. De methodes die hij in de eerste weken van zijn tweede mandaat hanteert, zijn in strijd met het fundament waarop de pax Americana en bijgevolg grote delen van de internationale orde zijn gebouwd.

Hij zoekt ruzie met een buurland waarover JFK nog zei: “aardrijkskunde heeft ons tot buren gemaakt, geschiedenis tot vrienden, handel tot partners en noodzaak tot bondgenoten”. Hierin is helemaal niets veranderd anders dan de houding van de huidige Amerikaanse president die zich kennelijk alleen maar door “Why? Because I can.” laat leiden.

Wie ruzie maakt met bondgenoten, van Canada tot Denemarken en Duitsland, geeft meer ruimte aan tegenstanders als Rusland en China. Wie denkt dat hij land van een ander kan afpakken, simpelweg omdat hij de macht heeft dat te doen en niet eens een plausibele reden verzint om het te doen, geeft alle ruimte aan Poetin en Xi om hetzelfde te doen.

Trump provoceert bewust, het is zijn business model. Elke dag een provocatie, elke dag in het nieuws. Het is zaak niet teveel in zijn theater te spelen. We staan sterk genoeg, mits we eensgezind zijn. 

Europese landen hebben als het om handel gaat verschillende belangen en nemen dus verschillende houdingen aan bij de dreigingen van Trump. 

Maar je mag van de EU lidstaten verwachten dat zij, bij alle verschillen, weten dat verdeeldheid iedereen, groot en klein, kwetsbaar maakt voor Trumps dreigingen.

Terwijl ik uit eigen ervaring weet uit het eerste mandaat van Trump, dat een eensgezind Europa sterk genoeg is om een voor beide zijden van de Atlantische oceaan goede deal te sluiten.

Wie macht altijd voor recht laat gaan, is gedoemd zich altijd aan macht vast te blijven klampen, voorbij de grenzen van de grondwettelijke orde en electorale cycli. En dus rust op de bondgenoten de dure plicht aan te tonen dat macht begrensd door recht duurzame macht is, en dus veel meer in het belang van het land als geheel.

Het is cruciaal dat Europa één lijn trekt, zodat Trump weet waar hij mee te maken heeft. 

Sinds november vragen we aan de Nederlandse regering om een plan, maar we krijgen niks.

En dat is funest. Nederland is compleet stuurloos op een moment dat stuurloosheid het slechtste is wat we ons kunnen permitteren in een tijd dat de golven zo hoog en de wind zo hard – mede omdat er in het kabinet zowel realisten als verstokte Trumpbewonderaars zitten die diametraal tegenover elkaar staan. 

Het is evident dat een eensgezind Europa te sterk is voor Trump. Tegelijkertijd is de pijnlijke vaststelling dat alleen de instituties in de VS de mogelijkheid hebben de koers van Trump te corrigeren.

De EU zal zich dus op die instituties moeten richten, om zo een casus op te bouwen die Trump de kans geeft zichzelf tot meesterlijke dealmaker uit te roepen. Want vroeg of laat zal ook in de Amerikaanse administratie het besef groeien dat deze methode Trump nationaal en internationaal meer kapot maakt dan de Amerikaanse belangen lief is.

De pijn zal eerst en vooral in de economie voel- en zichtbaar worden, hetgeen de EU ook een opening biedt om te laten zien hoe het koesteren van gezamenlijke belangen kan helpen schade te voorkomen, innovatie te stimuleren en groei veilig te stellen.

Dit kan echter alleen lukken als de gehele economie en de gehele industrie hier onderdeel van uitmaakt.

Als de Amerikanen zich geheel overleveren aan die paar mannen die op de eerste rij zaten bij de inauguratie van Trump, wordt het heel moeilijk. Bedrijven die voor hun business model geen rechtstatelijke begrenzing kunnen verdragen, mogen in de EU nooit vrij spel krijgen. Ongebreidelde macht, of deze nu van een overheid of van bedrijven komt, is in een rechtsstaat nooit aanvaardbaar. 

In de EU zullen de tech bedrijven ook aan passende regels moeten worden onderworpen die de rechtsstaat en de belangen van onze burgers beschermen. Als bedrijven te groot zijn om nog effectief aan het recht, inclusief het mededingingsrecht onderworpen te kunnen worden, zullen ze, net als in het verleden, moeten worden opgeknipt. En de EU heeft daartoe de middelen. 

De vraag is alleen of dat vroeg genoeg is om de schade te herstellen en niet te laat komt voor de Europese veiligheid. 

Maar we kunnen dat alles voorkomen, sterker nog, we kunnen ons geloof in vooruitgang herwinnen, als Europa zich opricht en bewijst volwaardig op eigen benen te kunnen en ook te willen staan.

Laat me tot slot terugvallen op het werk van Mathieu. In “Reis naar het continent” schrijft hij dat Nederland enerzijds zonder problemen de economie liet versmelten met de Duitse en anderzijds zichzelf is blijven zien, om Frits Bolkestein te citeren, als een land in het midden van de Atlantische oceaan. 

Om historische en culturele redenen heeft Nederland zich nooit helemaal kunnen verzoenen met de verregaande gevolgen van de Europese lotsverbondenheid die door omstandigheden ons als het ware is opgedrongen. 

Liever bleven we afzijdig, neutraal, ongebonden. Maar zeer zelden werd ons dat gegund, in haast vijfhonderd jaar geschiedenis. 

De huidige omstandigheden ontnemen ons de luxe van een dubbelzinnige positie of het wedden op twee paarden. Onze bekentenis tot verdergaande Europese integratie is nodig om onze burgers mee te nemen naar een toekomst die de grootste kans biedt op de borging en versterking van vrede, veiligheid en welvaart.

Mathieu Segers verkondigde deze boodschap glashelder en onverschrokken, ook toen hij toenmalig premier Rutte uitvoerig aansprak op diens tweeslachtigheid in de EU. Mark Rutte’s respect voor hem, nam er alleen maar door toe.

Als geen ander verstond Mathieu de kunst van het op even heldere als respectvolle manier met iemand van mening verschillen. Een kunst die onontbeerlijk is voor de politiek in een democratische rechtsstaat. Een kunst die ons teveel is ontglipt de laatste jaren. Een kunst die het verdient om in ere te worden hersteld. Laten we een voorbeeld nemen aan Mathieu Segers.

Dank u wel.

De Mathieu Segers Lezing is een initiatief van de Stichting Gedachtegoed prof. dr. Mathieu Segers en wordt ondersteund door Studio Europa Maastricht, Nieuwspoort, Prometheus & de Europese Commissie. De lezing wordt geproduceerd door Haagsch College

Lees meer...

Aan de leestafel van onze Europa podcast Café Europa worden veel boekentips uitgewisseld.

Speciaal voor de nazomer alle boekentips van het eerste half jaar van onze host én alle gasten op een rijtje:


Speciale Café Europa Tip: 

Uiteraard het nieuwe boek van Mathieu Segers Europa en het idee uit de toekomst. Het boek verschijnt in november maar is nu al te bestellen. 


Stephane Alonso, Chef Buitenlandredactie NRC

Les Aveuglés - Sylvie Kauffmann

Waardenloze politiek - Tom van der Meer

Malik Azmani, Europarlementariër (VVD) 

Schemerleven - Jaap Robben

Tom Berendsen, Europarlementariër (CDA) 

De nieuwe Zijderoute - Jonathan Holslag

Anouk Boone, Italië-correspondent FD

Het verboden schrift - Alba De Céspedes

Mathijs Bouman, journalist & econoom

Fluke - Brian Klaas

Bas Eickhout, Europarlementariër (Groenlinks/PvdA) 

Amerikanen: het had zo mooi kunnen zijn - Steven de Foer

Gerrie Elfrink, lijsttrekker (SP)

Sluiproute Brussel - Lise Witteman

Gerben-Jan Gerbrandy, Europarlementariër (D66) 

De wereld van gisteren - Stefan Zweig

Dirk Gotink, Europarlementariër (NSC) 

Revolusi - David van Reybrouck

Steven van Hecke, professor Europese politiek aan de KU Leuven

Het verdriet van Spanje - Christiane Stallaert

Derk Marseille, Duitsland-correspondent BNR

De memoires van Wolfgang Schäuble

Biografie van Angela Merkel

Diederik Samsom, oa voormalig kabinetschef van oud-Eurocommissaris Frans Timmermans 

Na de bevrijding: de loodzware jaren 1945-1950 - Ad van Liempt

Kees Sterk, bijzonder hoogleraar Europese Rechtspleging

Vernietigen - Michel Houellebecq

Clara van de Wiel, EU-correspondent NRC

A Short History of Tractors in Ukrainian - Marina Lewycka


Host Annette van Soest

Luister - Sacha Bronwasser

Chef redactie Freek Ewals

Dagboek van een invasie - Andrej Koerkov

Redacteur Pieter van der Lugt 

Hogere machten - Joost de Vries

Redacteur Luc de Klerk

Europa in woelig water - Rob Heirbaut en Hendrik Vos

 

Lees meer...

Wij zijn ontzettend verdrietig door het overlijden van Mathieu Segers. 

Niemand kon zo gepassioneerd over Europa vertellen als Mathieu, en niemand kon dat op zo’n hoog en tegelijkertijd zo’n toegankelijk niveau. 

In overleg met Mathieu houden wij het Café voorlopig nog open. 

Maar Mathieu is onvervangbaar. We gaan zijn originaliteit, zijn enorme kennis, zijn liefde voor literatuur en vooral zijn vriendschap missen. 

Heel veel sterkte gewenst aan zijn nabestaanden. 

Freek Ewals, producent en redacteur Café Europa
Annette van Soest, presentator Café Europa 
Mede namens Studio Europa Maastricht & Haagsch College 

 

Lees meer...

Intens verdrietig zijn wij door het verlies van Mathieu Segers. 

Mathieu was altijd enthousiast om zijn enorme kennis over de Europese politiek te delen met ons en zijn publiek. In welke vorm dan ook. Colleges, livestreams, de podcast Café Europa. Mathieu deed het altijd met liefde. 

Wij zijn hem dankbaar voor zo ongelofelijk veel, maar bovenal voor zijn warme betrokkenheid en loyaliteit. 

Wij wensen zijn nabestaanden ontzettend veel sterkte. 

Freek Ewals & Vincent Rietbergen, oprichters Haagsch College
En het hele team van Haagsch College 

 

Lees meer...

Aan de Nieuwspoort leestafel van Café Europa wordne veel boekentips uitgewisseld. Speciaal voor de zomer zetten we hier alle tips uit het afgelopen half jaar op een rijtje

 

Host Mathieu Segers

 

Host Annette van Soest

 

Chef Redactie Freek Ewals

 

Redacteur Pieter van der Lugt

 

Gasten Seizoen 5

Lees meer...